3. Breng de zaagketting (2) boven het zaagblad (1) aan en zorg hierbij dat de draairichting van de zaagketting
overeenstemt met de richtingaanduiding (17) op het zaagblad.
4. Schuif de zaagketting in de gleuf voor zaagketting (26) rondom het zaagblad.
5. Span de zaagketting aan door het links van het zaagblad te trekken en een lus op het kettingtandwiel (19) te
maken.
Afb. 2
6. Breng het zaagblad samen met de gleuf (25) voorzichtig aan op de geleidingsbout (20) en de spanpen (23). De
lus van de zaagketting moet rond het kettingtandwiel (19) worden aangebracht.
Afb. 3
104