• Wanneer de accucontacten moeilijk te bereiken
• Zorg dat het oplaadapparaat eerst nog niet op
• De volgende aansluitvolgorde moet altijd worden
- Variant A - een ingebouwde accu opladen met een
oplaadklemkabel:
Verbind de oplaadklemkabel via snelle verbindingen met het
oplaadapparaat (als dat nog niet is gebeurd). Klem vervolgens
eerst de rode oplaadklem (plus) op de pluspool van de accu.
Klem daarna de zwarte klem (min) op het voertuigchassis of het
motorblok, maar niet dicht bij de accu, de brandstofleiding of de
carburateur en niet op metalen klemmen of bewegende onderdelen.
(De zwarte klem (min) van het oplaadapparaat wordt volgens de
EN-norm op het voertuigchassis of het motorblok aangesloten, dus
op enige afstand van de accu. Daarmee voorkomt u dat explosieve
gassen, die zich theoretisch direct rondom de accu kunnen
bevinden, door vonken bij de accupool tot ontbranding komen.)
- Variant B - een uitgebouwde accu opladen met een
oplaadklemkabel:
Verbind de oplaadklemkabel via snelle verbindingen met het
0020145_ProCharger_Lithium_ANL_18.indd 99
beschadiging(en). Gebruik het apparaat nooit
wanneer de beschermende isolatie van de
net- of oplaadkabel is beschadigd (geknikt,
gescheurd, afgeschuurd, enz.).
Plaats de kabel niet direct op of onmiddellijk
naast de accu.
zijn of de klemmen van het oplaadapparaat
met naastliggende componenten in contact
komen, moet de accu worden uitgebouwd.
Neem de aanwijzingen van de fabrikant voor het
uitbouwen van de accu in acht.
het stopcontact is aangesloten.
aangehouden:
99
20.07.18 12:01