Stap 5 'U-fase (aanpassing laadstroom)': de accuspanning wordt
constant gehouden en de laadstroom wordt daarbij aangepast aan
de laadtoestand van de accu. Hoe voller de accu, des te lager de
laadstroom.
Stap 6 'Test': bij deze test wordt de accu belast met een
gedefinieerde stroom.
Als daarbij de spanning van de belaste accu terugvalt tot de
nominale spanning, duidt dit op een grote interne weerstand of op
een kleine restcapaciteit van de accu.
Stap 7 "Onderhoudsladen": als de accu op het oplaadapparaat
aangesloten blijft, wordt om de 24 uur een onderhoudslading
uitgevoerd, indien nodig.
9 | Oplaadproces
Na aansluiting op het net (220-240 V/50 Hz) brandt de LED
'Net'
en wordt het apparaat bij een aangesloten accu in de
controlemodus gezet.
Is een accu verkeerd aangesloten, dan brandt de LED 'Verkeerde
aansluiting'
.
Als de spanning van een aangesloten accu hoger is dan 14,3
V, knippert de LED 'Fout'
Valt de spanning binnen het bereik
van 1,5 ... 14,3 V, dan schakelt het apparaat over naar de
oplaadmodus.
Wanneer het oplaadapparaat een diepontladen accu (< 4 V)
detecteert, wordt dit aangegeven met de LED 'Voorladen'
en wordt de accu preventief tot 4 V voorgeladen. Stijgt de
laadspanning tot meer dan 4 V, dan wordt deze LED uitgeschakeld
en wordt de oplaadprocedure gestart (de LED 'Opladen'
brandt).
Als niet binnen 24 uur een accuspanning van 4 V wordt bereikt,
knipperen de LED's 'Fout'
en 'Voorladen'
tegelijk en
onderbreekt het oplaadapparaat de oplaadprocedure.
97
0020145_ProCharger_Lithium_ANL_18.indd 97
20.07.18 12:01