Gebruikershandleiding
Veiligheid
Veiligheidsmaatregelen
Lees de instructies. De hand-
leiding bevat belangrijke veiligheids-
en bedieningsinstructies. Bewaar
deze handleiding altijd in de buurt
van het product.
Lees en begrijp deze instructies, de accu-
handleiding die door uw accu-fabrikant is
verstrekt en de veiligheidsrichtlijnen van uw
werkgever voordat u het product gaat gebruiken,
installeren of onderhouden.
Alleen gekwalificeerd personeel mag dit product
installeren, gebruiken of onderhouden.
Geldt voor de Europese markt, EN-norm: Dit
apparaat kan worden gebruikt door kinderen van
8 jaar en ouder en personen met verminderde fys-
ieke, zintuiglijke of mentale vermogens, of gebrek
aan ervaring en kennis als ze onder toezicht
staan of instructies hebben gekregen over het
veilige gebruik van het apparaat en de
bijbehorende gevaren begrijpen. Kinderen mogen
niet met het apparaat spelen. Reiniging en
gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen
zonder toezicht worden uitgevoerd.
Geldt voor markten buiten Europa, IEC-norm: Dit
apparaat is niet bedoeld voor gebruik door
personen (inclusief kinderen) met verminderde
fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten, of
een gebrek aan ervaring en kennis – tenzij deze
personen onder toezicht werken of instructies
hebben gekregen over het gebruik van het toestel
door een persoon die voor de veiligheid van de
gebruikers verantwoordelijk is. Houd kinderen
altijd goed in de gaten en zorg ervoor dat ze niet
met het apparaat spelen.
VOORZICHTIG
Sluit altijd de accukabels aan voordat u het
apparaat opnieuw op het lichtnet aansluit. Koppel
altijd het lichtnet los voordat u de accukabels
loskoppelt.
Gebruiksdoel
De acculader zijn bedoeld voor het opladen van
lithium-ion-accu's (Li-ion).
Acculader en aanpassing van het
BMS
Het acculaadproces moet worden geregeld door
een extern BMS (battery management system /
accubeheersysteem), dat aangesloten en aan de
accu aangepast moet zijn. De in deze handleiding
behandelde acculaders hebben geen intern
geïntegreerd accu-beheersysteem. Daarom moet
een extern accu-beheersysteem worden gebruikt.
Voor de communicatie met de acculader gebruikt
het BMS seriële datacommunicatie (de CAN-bus)
of analoge I/O-functies, of een combinatie van
beide.
Wanneer CAN-bus wordt gebruikt, kunnen de
lader en het laadproces worden aangestuurd door
het accu-beheersysteem en gebruikt de
acculader bepaalde waarden van het accu-
beheersysteem om de accu op te laden. Terwijl
het accu-beheersysteem de lader en het oplaad-
proces aanstuurt via de CAN-bus, moet het accu-
beheersysteem in geval van nood ook in staat zijn
om de lader en de belasting met externe
schakelaars af te koppelen van de accu.
De oplader kan de accu ook opladen via een
vooraf ingestelde oplaadcurve aangepast aan de
werkelijke accu. Ook in deze oplaadmodus moet
het oplaadproces worden gemonitord en gestuurd
door een extern accubeheersysteem. Het
accubeheersysteem moet het laadproces en de
accustatus bewaken en moet de oplaadcurve die
door de oplader wordt gegenereerd, stoppen als
dat nodig is. De accubeheersysteemeenheid kan
met de acculader communiceren via analoge I/O-
functies, maar moet dan tevens in staat zijn om
de lader en accu in noodgevallen van elkaar los
te koppelen door middel van externe schakelaars.
Voordat u het opladen begint
Het correct installeren van de acculader en het
implementeren van de noodzakelijke
veiligheidsvoorzieningen en maatregelen,
inclusief het onderhoud ervan, is de
verantwoordelijkheid van de gebruikende
bedrijf/de klant. Als basisregel moet een risico- en
gevarenanalyse worden opgesteld in
overeenstemming met de lokale vereisten en
beste praktijken.
NEDERLANDS
149