NL
Programmeermodus stuurprogramma – Invoeren van de
installatiecode
).
P
Druk de knop (+) of (-) zo lang in tot op het display " " verschijnt.
P
Bevestig de keuze van de functie met de knop "OK"
Op het display verschijnt een getal tussen 0.0-9.9:
Het getal "0.0" betekent dat het lampje onmiddellijk na het sluiten of openen
van de poort uit gaat.
P
Een getal tussen 0.1-9.9 betekent dat de functie actief is, en haar waarde
spreekt over de tijd (in minuten) en tienden dat het lampje schijnt na het
sluiten of openen van de poort.
Als u de instellingen voor deze functie wilt wijzigen, dient u:
P
Op de knop (+) of (-) te drukken tot de gewenste waarde verschijnt
P
Bevestig de instelling door op "OK" te drukken
P
Het indrukken van de knop "ANNULEREN" zorgt ervoor dat u de functie
verlaat zonder dat de ingevoerde wijzigingen worden opgeslagen.
Om terug te keren naar de normale werkingsstand dient u:
P
De knop "ANNULEREN" in te drukken tot op het display één van de
berichten verschijnt die staan omschreven in punt "WEERGEGEVEN
MELDINGEN TIJDENS DE WERKING VAN HET STUURPROGRAMMA".
11. Afstandsbedieningen
In het geheugen van het stuurprogramma kunnen maximaal 60
afstandsbedieningen opgeslagen worden. Er zijn stuurprogramma's beschikbaar
op aanvraag waar men meerdere afstandsbedieningen kan opslaan:
P
170
afstandsbedieningen,
P
270
afstandsbedieningen,
P
370
afstandsbedieningen,
P
470
afstandsbedieningen.
Elke afstandsbediening is opgeslagen onder een bepaald nummer in het
geheugen, waardoor het mogelijk is om een verloren of gestolen
afstandsbediening zeer eenvoudig te verwijderen uit het geheugen.
11.1. Invoeren van de afstandsbedieningen in het geheugen
van het stuurprogramma
P
Z e t h e t s t u u r p ro g ra m m a i n p ro g ra m m e e r m o d u s ( z i e
Programmeermodus stuurprogramma – Invoeren van de
installatiecode
).
P
Druk de knop (+) of (-) zo lang in tot op het display " " verschijnt.
P
Bevestig de gekozen functie met de knop "OK"
P
Met de knop (+) of (-) kiest u het celnummer, onder welke de
afstandsbediening geprogrammeerd moet worden
OPGELET! Indien het nummer van de gekozen cel
knippert, betekent dit dat deze nog vrij is en u een
nieuwe afstandsbediening kan opslaan, terwijl
celnummers die niet meer vrij zijn continu branden.
P
Voer de code van de afstandsbediening in door op een willekeurige
knop van de afstandsbediening te drukken
- De afstandsbediening is opgenomen als de celnummers stoppen met
knipperen.
- Indien de afstandsbediening zich reeds in het geheugen bevindt zal deze
niet worden opgenomen.
- Na het lezen van de code van de afstandsbediening controleert het
stuurprogramma of de afstandsbediening zich reeds in het geheugen
bevindt. Indien ja, wordt deze niet opnieuw opgenomen, en na 2 sec.
verschijnt het nummer waaronder de afstandsbediening is
geprogrammeerd in het stuurprogramma.
- Indien op het display verschijnt dat de cel bezet is, zoekt het
stuurprogramma automatisch de eerste lege cel en zet hier de ontvangen
code in van de afstandsbediening.
102
Installatie- en Gebruikshandleiding - Stuurprogramma voor schuifpoorten – ST-2
tL
è
Pr
- Indien we in een bezette cel een nieuwe afstandsbediening willen
programmeren, moet het bestaande record verwijderd worden door
vijfmaal op de knop "OK" te drukken. (zie
è
stuurprogramma
verwijderen van afstandsbedieningen
uit het geheugen
).
Om terug te keren naar de normale werkingsstand dient u:
P
De knop "ANNULEREN" in te drukken tot op het display één van de
berichten verschijnt die staan omschreven in punt "WEERGEGEVEN
MELDINGEN TIJDENS DE WERKING VAN HET STUURPROGRAMMA".
OPGELET! In geval van een groot aantal
afstandsbedieningen is het aan te raden om de
gegevens van de gebruiker te noteren, alsook het
toegewezen nummer van de afstandsbediening. In
geval van verlies kan deze uit het geheugen worden
verwijderd zonder alle afstandsbedieningen te
moeten verwijderen..
11.2. Verwijderen van afstandsbedieningen uit het geheugen
P
Z e t h e t s t u u r p ro g ra m m a i n p ro g ra m m e e r m o d u s ( z i e
Programmeermodus stuurprogramma – Invoeren van de
installatiecode
).
P
Druk de knop (+) of (-) zo lang in tot op het display " " verschijnt.
P
Bevestig de gekozen functie met de knop "OK"
P
Met de knop (+) of (-) kiest u het celnummer waar de afstandsbediening
zich bevindt die verwijderd moet worden
P
Druk 5 maal op "OK"
Na de eerste keer drukken op de knop "OK" verschijnen er twee stippen bij
het nummer van de cel, vanwelke de afstandsbediening wordt verwijderd.
Na het verwijderen van de afstandsbediening uit het geheugen zal het
nummer van de lege cel beginnen knipperen.
Om een volgende afstandsbediening te verwijderen kiest u met de knoppen
(+), (-) de gewenste cel waarin de afstandsbediening is geprogrammeerd en
herhaalt u de procedure.
Om terug te keren naar de normale werkingsstand dient u:
P
De knop "ANNULEREN" in te drukken tot op het display één van de
berichten verschijnt die staan omschreven in punt "WEERGEGEVEN
MELDINGEN TIJDENS DE WERKING VAN HET STUURPROGRAMMA".
11.3. Aantal te programmeren afstandsbedieningen
Deze functie maakt het mogelijk om het aantal vrije cellen in het geheugen
van de afstandsbedieningen weer te geven op het display, en maak het ook
mogelijk om alle afstandsbedieningen uit het geheugen te verwijderen.
P
Z e t h e t s t u u r p ro g ra m m a i n p ro g ra m m e e r m o d u s ( z i e
Programmeermodus stuurprogramma – Invoeren van de
installatiecode
).
P
Druk de knop (+) of (-) zo lang in tot op het display "
P
Bevestig de gekozen functie met de knop "OK"
Op het display verschijnt het aantal vrije cellen in het geheugen van de
afstandsbedieningen. Indien nodig, kunnen alle geprogrammeerde
afstandsbedieningen verwijderd worden door 5 maal op "OK" te drukken.
Na de eerste keer drukken op de knop "OK" verschijnen er twee stippen bij het
nummer op het display en na de vijfde keer het maximum aantal
afstandsbedieningen die geprogrammeerd kunnen worden in het stuurprogramma.
Om terug te keren naar de normale werkingsstand dient u:
P
De knop "ANNULEREN" in te drukken tot op het display één van de
berichten verschijnt die staan omschreven in punt "WEERGEGEVEN
MELDINGEN TIJDENS DE WERKING VAN HET STUURPROGRAMMA".
12. Obstakel detectie
De slagboom kan gebruikt worden in één van de 4 standen:
P
De slagboom
werkt bij het openen
het sluiten stopt de poort
P
De slagboom
werkt bij het openen
het sluiten stopt de poort en gaat na een tijdje terug open
P
De slagboom
werkt niet bij het openen
sluiten stopt de poort
IIiO/ST-2/12/2013/ID-91384 Technische documentatie
è
Programmeermodus
è
Pr
è
PF
" verschijnt.
van de poort (stopt de poort),
bij
van de poort (stopt de poort),
bij
van de poort,
bij het
P