Sluit de pluspool-aansluitkabel van het voertuig weer aan op de
pluspool van de accu.
Sluit de minpool-aansluitkabel van het voertuig weer aan op de
minpool van de accu.
z Stand-by/accuspanning meten
Na aansluiting op de stroomvoorziening staat het apparaat in het
stand-bybedrijf. Het symbool Stand-by
zijn aangesloten, wordt de accuspanning op het led-display (spannings-
weergave
) weergegeven. De segmenten van de toestandsweergave
11
zijn leeg. Als de gemeten spanning lager is dan 2 V of hoger is dan
10
15 V, dan wordt de accu niet geladen. Op het display verschijnt de
foutmelding "Err".
z 6 V-accu's
Als een accu in het spanningsbereik van 2,0–7,5 V wordt gemeten, kan
alleen Programma 1 worden gekozen.
z 12 V-accu's en revitalisering
Als er een accu in het kritieke spanningsbereik van 7,5–10,5 V wordt
herkend, controleert het apparaat of het gaat om een volledig geladen
6 V-accu of een ontladen 12 V-accu.
Druk op de programmakeuzetoets
Het apparaat voert een controlemeting uit met gepulseerde laadstroom.
Op het display verschijnt zo lang het volgende:
Als na voltooiing van de controlemeting niet meer dan 10,5 V wordt
bereikt, is de 12 V-accu defect.
Als tijdens de controlemeting meer dan 10,5 V wordt bereikt, is er sprake
van een 12 V-accu. Het laadproces begint dan voor de revitalisering,
het apparaat schakelt naar de verdere laadtrappen. Op het display
verschijnt het volgende:
Bij alle 12 V-laadprogramma's is de revitalisering identiek.
brandt. Als de aansluitklemmen
6
om een programma te kiezen.
8
NL/BE
73