–
De olie verversen, zolang de motor warm is.
–
Voor de olieverversing de peilstok verwijderen uit de olievulopening.
–
De maaier zo op zijn kant leggen, dat de kant van de bougie boven is en de oude
olie wegstroomt in een opvangvat.
Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar
verwerken conform de plaatselijke voorschriften.
–
De maaier recht zetten en aan de opening merkolie (hoeveelheid en kwaliteit zie
technische gegevens) gieten. De peilstok inschroeven en het oliepeil controleren
(zie „Oliepeil controleren" en „Olie vullen", afbeelding Y1 )! Bij oliepeil zoals
voorgeschreven de oliepeilstok erin steken en vastdraaien.
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W )
BELANGRIJK
Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen.
–
De afdekking (1) openen, naar beneden kantelen en verwijderen.
–
Het filterelement (2) voorzichtig eruit nemen en bij lichte vervuiling licht uitkloppen
op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen.
–
Het element nooit oliën of schoonblazen met perslucht. Sterk vervuilde of
beschadigde filterelementen moeten worden vervangen.
–
Na het reinigen resp. de vervanging het filterelement in de luchtfilterplaat zetten.
–
De haak (3) aan de afdekking (1) in de adapter (4) onder in de luchtfilterplaat
steken.
–
De afdekking naar boven kantelen en zorgvuldig sluiten.
Bij ongunstige inzetvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging vereist elke
keer als er gemaaid werd, anders na telkens 25 bedrijfsuren of eenmaal per jaar.
(Bestelnr. filterelement zie originele reserveonderdelen en accessoires)
Controle van de bougie (Afbeelding Y )
Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie
losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden
vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires).
De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient
de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,7-0,8 mm. De bougie (op omkeerring
letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast
monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen.
Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige
stilstand)
–
Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan
brandstof automatisch afslaat.
–
Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af.
–
De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en
kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen.
–
Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom
de uitlaat verwijderen.
–
De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten
bereik van kinderen worden bewaard.
18 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN
DAARVAN
Storingen
Mogelijke oorzaken
Schakelbeugel niet
Motor springt niet aan
omgeklapt.
Brandstoftank leeg.
Bougiestekker los.
Bougie defect resp.
vervuild of elektroden
afgebrand.
Motor krijgt te veel
benzine (bougie nat).
Luchtfilter vervuild.
Motorvermogen neemt
af
Motor draait
onregelmatig
Sterke trillingen
(vibratie)
Snit onzuiver, gazon
wordt geel
Verstopte afvoer
Oplossing
Schakelbeugel op het
bovenstuk van de duwboom
indrukken D .
Schone en verse brandstof
bijtanken.
Bougie erop drukken of door
een geautoriseerde
Het gemulchte gras ziet
vakwerkplaats laten
er slecht uit:
controleren.
Klompen, bovenmatige
Bougie vervangen resp.
maaigoedhoeveelhede
reinigen, elektrodenafstand
n, grof gemaaid
instellen Y : 0,7 - 0,8 mm.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten
controleren.
Luchtfilterelement reinigen
resp. vernieuwen W .
12
Accu niet opgeladen
Accu laden W1 , X1 .
(alleen bij elektrostart).
Startproces langer dan 5
Als er tegen de verwachting
seconden resp. werd te
in startproblemen zouden
vaak herhaald
optreden, dan moet de accu
(alleen bij elektrostart).
ook tussentijds worden
opgeladen.
De verbindingskabel
Accustekker verbinden met
tussen contactsleutel,
de contrastekker van de
accu en motor los resp.
kabelboom U1 resp.
zonder contact
controleren, anders door een
(alleen bij elektrostart).
geautoriseerde
vakwerkplaats laten
controleren.
Luchtfilter vervuild.
Luchtfilterelement reinigen
resp. vernieuwen W .
Bougie onder het roet.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten
controleren.
Brandstof verouderd of
Benzinetank leegmaken en
vervuild
verse brandstof erin gieten.
Luchtfilter vuil.
Luchtfilter schoonmaken
resp. vervangen W .
Bougie verkoold.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten
controleren.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten
controleren.
Messenbalk bot.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten bijslijpen
en uitbalanceren Q .
Maaihoogte te gering.
Grotere maaihoogte instellen
I .
Toerental van de motor
Met maximaal toerental
te laag.
werken.
Maaien met te hoge
Maaisnelheid aanpassen.
snelheid.
Maaibanen niet
Bij hoog gras moeten de
maaibanen eventueel verder
voldoende overlapt.
overlappen.
Gazon is warboel.
Door een verticuteermachine
te gebruiken kan de kwaliteit
van het gazon merkbaar
beter worden.
Turbo-signaal wordt niet
Leegmaken van de
waargenomen J + K .
opvangzak L .
Toerental van de motor
Door een geautoriseerde
te laag.
vakwerkplaats laten
controleren.
Bij lage snijhoogte bij te
Grotere snijhoogte instellen
hoog gras.
I .
Maaien met te hoge
Maaisnelheid aanpassen,
snelheid.
indien nodig rijaandrijving
uitschakelen.
Het gras is vochtig.
Gras laten drogen.
Messenbalk bot.
Door een geautoriseerde
vakwerkplaats laten bijslijpen
en uitbalanceren.
Mulchregel niet
Grotere maaihoogte instellen
nageleefd (max. 1/3 van
I .
de grashoogte snijden;
Maaier op achteruitworp
de te snijden grashoogte
ombouwen U2 + S1 en
moet kleiner dan 10 cm
gazon eerst met hoge snij-
zijn)
instelling maaien.
Rijsnelheid te hoog.
Rijsnelheid aanpassen.
Grasverzameling onder
Grotere maaihoogte instellen
het maaiwerk.
I .