Télécharger Imprimer la page

Iseki SLE115PLUSH95 Notice D'utilisation page 52

Publicité

NL
WAARSCHUWING! Gevaar door hete mo-
tor! Let er bij het uitschakelen van het voertuig
op dat hete motoronderdelen (zoals de uitlaat-
demper) geen voorwerpen of materialen in de na-
bije omgeving, kunnen ontsteken!
6.5
Met de trekker rijden
WAARSCHUWING! Gevaar door onaan-
gepaste snelheid! Rijd vooral in het begin lang-
zaam om aan het rij- en remgedrag van de trek-
ker te wennen! Voor elke richtingsverandering
moet de rijsnelheid zodanig worden verminderd
dat de bestuurder altijd de controle over de ga-
zontrekker behoudt en deze daarbij niet kan om-
kantelen!
Uw trekker wordt aangedreven door een hy-
drostaat(pedaalbediening).
6.5.1
Rit voorbereiden bij temperaturen
onder de 10 °C
OPMERKING Neem ook de meegeleverde
gebruikshandleiding van de benzinemotor in
acht.
1. Controleer dat het maaiwerk NIET is inge-
schakeld. Controleer hiervoor de tuimelscha-
kelaar (02/5, stand „0").
2. Start de motor en laat hem ong. 30 seconden
lang warmdraaien om de viscositeit van de
versnellingsbakolie te optimaliseren. Daarna
kunt u met de trekker rijden. Het maaiwerk
mag pas worden ingeschakeld als de motor
enkele minuten heeft gedraaid.
6.5.2
Met hydrostaat (pedaalbediening)
rijden
1. Druk het rempedaal (04/1) in en blokkeer het
met de vergrendelingshendel (04/2).
2. Stel het maaiwerk in op de hoogste stand
"7=T" (=transportstand), zie Hoofdstuk 6.6.1
"Maaihoogte instellen (06, 08)", pagina 51.
3. Start de motor.
4. Druk de rem in (04/1).
5. Druk langzaam op het voetpedaal voor de
gewenste rijrichting:
Vooruit: Voetpedaal (03/2)
Achteruit: Voetpedaal (03/1)
6. Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller
de trekker zich in de gewenste richting ver-
plaatst.
7. Om te stoppen, laat u het voetpedaal los en
drukt u het rempedaal (04/1) in.
50
OPMERKING Trek altijd, wanneer u de trek-
ker verlaat, de parkeerhendel aan bij ingeduwd
rempedaal, zodat de trekker niet kan wegrollen!
6.5.3
Met cruise control rijden
OPMERKING De cruise control kan enkel
worden ingeschakeld bij voorwaarts rijden. Wan-
neer de rem wordt ingedrukt, wordt de cruise
control automatisch uitgeschakeld.
Cruise control in-/uitschakelen:
Hendel (02/3) omhoogzwenken.
De cruise control wordt ingeschakeld.
Hefboom (02/3) omlaagzwenken.
De cruise control wordt uitgeschakeld.
6.5.4
Rijden en maaien op hellingen
WAARSCHUWING! Gevaar door fouten
bij het rijden op hellingen! Wees bijzonder
voorzichtig bij het rijden op hellingen! Er bestaat
geen „veilige" helling. Neem daarvoor vooral de
volgende veiligheidsinstructies in acht! Wanneer
de wielen doordraaien of wanneer het voertuig bij
het omhoogrijden op een helling blijft steken,
schakel het maaiwerk en de hulpstukken uit. Rijd
daarna langzaam en recht vooruit de helling af!
Rijd niet op hellingen van meer dan 10°
(18 %). Voorbeeld: dat komt overeen met
een hoogteverschil van 18 cm over een leng-
te van een meter.
Rijd niet met schokken weg.
Rem niet met schokken.
Houd de rijsnelheid laag.
Rijd niet dwars op de helling.
Versnel niet stevig.
Stuur niet met schokken.
6.6
Maaien met de gazontrekker
Voor een goed maairesultaat moet de rijsnelheid
worden aangepast aan de gazonomstandighe-
den. Kies voor het maaien maximaal 2/3 van de
mogelijke rijsnelheid met het pedaal. De maxima-
le snelheid van de trekker is uitsluitend bestemd
voor de rijmodus zonder ingeschakeld maaiwerk.
Doorgaans bedraagt de maaihoogte 4 - 5 cm. Dit
komt overeen met het 2e of 3e positie van de
hoogteverstelling. Als het gras vochtig en nat is,
maait u met een hogere maaihoogte.
Als het gras erg hoog is, is het raadzaam om in
twee stappen te maaien. Stel het maaiwerk bij de
eerste stap op maximale maaihoogte. Bij de
De trekker gebruiken
494296_a

Publicité

loading