Trekker uitpakken en monteren
■
Gebruik uitsluitend originele reserveonderde-
len en origineel toebehoren.
■
Reparaties aan het apparaat moeten worden
uitgevoerd door de fabrikant of een werk-
plaats van de klantenservice.
■
Draag gehoorbescherming.
■
De gazontrekker heeft geen wegvergunning
en mag niet op openbare wegen en straten
rijden.
■
Maai niet wanneer het onweert. Geen be-
scherming tegen blikseminslag.
■
Passagiers mogen niet op het apparaat wor-
den meegenomen.
■
Maai geen hellingen van meer dan 10°
(18 %).
■
Na de inname van alcohol, van geneesmid-
delen die een invloed hebben op het reactie-
vermogen of van drugs mag niet worden ge-
werkt met de gazontrekker en/of met een toe-
behoren dat hieraan bevestigd is.
■
Maai altijd dwars op de helling.
■
Neem de lokale, door de gemeentelijke over-
heid toegestane werktijden in acht.
■
De gazontrekker kan door zijn eigen gewicht
ernstig letsel veroorzaken. Bij het laden en
lossen van de gazontrekker voor transport in
een voertuig of een aanhangwagen moet ex-
tra voorzichtig worden gehandeld.
■
Deze gazontrekker mag niet worden wegge-
sleept. Gebruik voor het transport over de
openbare weg een geschikt voertuig.
■
Gebruik de gazontrekker niet in slecht geven-
tileerde werkomgevingen (bijv. garage). De
uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide
en andere schadelijke stoffen.
■
Voor elk gebruik:
■
Zijwaartse uitwerpklep op slijtage of be-
schadiging controleren.
■
Mulchsluiting op slijtage of beschadiging
controleren.
4 TREKKER UITPAKKEN EN
MONTEREN
Neem de bijgevoegde montagehandleiding in
acht bij het uitpakken en afmonteren van de trek-
ker.
OPMERKING Neem ook de meegeleverde
gebruikshandleiding van de benzinemotor in
acht.
494296_a
WAARSCHUWING! Gevaren door onvol-
ledige montage! Het gebruik van een onvolledig
gemonteerde gazontreekker kan ernstig letsel en
schade aan het apparaat veroorzaken.
■
Stel de gazontrekker alleen in gebruik als hij
geheel gemonteerd is.
■
Voer alle montagewerkzaamheden uit die in
de montagehandleiding worden beschreven.
Vraag in geval van twijfel vóór de inbedrijf-
stelling aan een vakman of de montage cor-
rect werd uitgevoerd!
■
Controleer of alle veiligheids- en bescher-
mingsinrichtingen aanwezig zijn en functione-
ren!
5 INGEBRUIKNAME
5.1
Maaier controleren
Voor het gebruik moet altijd visueel worden geïn-
specteerd of het snijmechanisme, de bevesti-
gingsbouten en de totale snijeenheid versleten of
beschadigd zijn. Om een onbalans te vermijden,
moeten versleten of beschadigde messen door
nieuwe worden vervangen.
5.2
Vullen met olie
Voor de eerste ingebruikname moet de motor
met olie worden gevuld. Neem hiervoor de hand-
leiding van de motorfabrikant in acht. Houd er
ook rekening mee dat het oliepeil regelmatig
moet worden gecontroleerd en dat olie eventueel
moet worden bijgevuld.
5.3
Vullen met brandstof
WAARSCHUWING! Gevaren bij de om-
gang met brandstof! Brandstof vat uiterst ge-
makkelijk vlam. Maak de brandstoftank alleen
leeg in de openlucht! Rook niet! Tank niet wan-
neer de motor draait of heet is!
Gebruik voor het tanken een geschikte vultrech-
ter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brand-
stof wordt gemorst op de motor, de behuizing of
op de ondergrond.
Om veiligheidsredenen moeten de brandstof-
tankdop en andere tankdoppen worden vervan-
gen wanneer deze beschadigd zijn.
Wanneer brandstof is gemorst, mag de motor
niet worden gestart. De trekker moet worden ver-
wijderd van de plaats die vervuild is met brand-
stof en de gemorste brandstof moet met een
doek van de grond, de motor en de behuizing ge-
absorbeerd en weggeveegd worden.
47