NL
Er mag geen poging tot starten worden onderno-
men tot de brandstofdampen verdampt zijn.
Sla brandstof alleen op in de containers die hier-
voor voorzien zijn.
Gebruik loodvrije benzine, min. RON 91.
Tank vullen
1. Zet de motor indien nodig uit en trek veilig-
heidshalve de contactsleutel uit.
2. Wacht tot de motor iets is afgekoeld.
Waarschuwing! Gevaar voor explosie door
ontvlambare brandstof!
3. Open de motorkap/afdekking van de tankdop
om de tankdop toegankelijk te maken.
4. Open de tankdop en vul de tank met brand-
stof.
Voorzichtig! Doe de brandstoftank niet te vol!
5. Sluit de tankdop.
6. Sluit de motorkap/afdekking van de tankdop.
5.4
Bandendruk controleren
■
Controleer de bandendruk regelmatig.
■
Lees de vereiste luchtdruk af op de banden
(aanbevolen 1 bar).
OPMERKING 1 PSI = 0,07 bar.
Met een gewone in de handel verkrijgbare voet-
pomp kan de bandendruk worden gecontroleerd
en lucht worden bijgevuld.
5.5
Hoogte van de armleuningen* instellen
(09)
*: Optie
1. Klap de armleuningen (09/1) ten minste 10°
omhoog (09/a).
Opmerking: Bij een geheel omhooggeklapte
armleuning is de kartelmoer het beste te
zien.
2. Draai aan iedere armleuning de kartelmoer
(09/2) in de richting van de pijl (09/b) tot de
gewenste hoogte is ingesteld:
■
+: Armleuning omhoog bewegen.
■
-: Armleuning omlaag bewegen.
3. Klap de armleuningen weer omlaag.
5.6
De veiligheidsvoorzieningen controleren
De veiligheidsvoorzieningen moeten vóór elke
start van de gazontrekker worden gecontroleerd.
48
WAARSCHUWING! Gevaar bij de contro-
le van de veiligheidsvoorzieningen! De contro-
le van veiligheidsvoorzieningen mag enkel vanaf
de bestuurdersstoel worden uitgevoerd en wan-
neer er geen personen of dieren in de buurt zijn!
Voer alle controles op een vlakke ondergrond uit,
zodat de gazontrekker niet onbedoeld kan rollen.
5.6.1
Remcontactschakelaar controleren
De remcontactschakelaar zorgt ervoor dat de
motor niet kan worden gestart, wanneer de rem
niet wordt gebruikt.
1. De motor staat uit.
2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
3. Maak de parkeerrem los door het rempedaal
(04/1) in te drukken.
4. Probeer de motor te starten (contactsleutel
op stand III).
OPMERKING De motor mag niet starten!
5.6.2
Contactschakelaar van de maaier
controleren
De contactschakelaar van het maaiwerk zorgt er-
voor dat de motor niet kan worden gestart wan-
neer het maaiwerk is geactiveerd.
1. Motor staat uit.
2. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
3. Duw het rempedaal (04/1) in en bedien de
parkeerrem (04/2).
4. Schakel het maaiwerk in (02/5, stand "1").
5. Probeer de motor te starten (contactsleutel
op stand III).
OPMERKING De motor mag niet starten!
5.6.3
Contactschakelaar van de stoel
controleren
De contactschakelaar van de stoel zorgt ervoor
dat de motor wordt uitgeschakeld zodra er zich
niemand meer op de bestuurdersstoel bevindt en
het maaiwerk is ingeschakeld.
1. Neem plaats op de bestuurdersstoel.
2. Duw het rempedaal (04/1) in en bedien de
parkeerrem (04/2).
3. Start de motor en laat hem draaien met het
maximale toerental.
4. Schakel het maaiwerk in (02/5, stand "1").
5. Ontlast de stoel door op te staan (niet afstap-
pen!).
OPMERKING De motor moet uitschakelen!
Ingebruikname
494296_a