2. Druk op de in-/uitschakeltoets (+) of de softstart-toets (-) , tot de gewenste instelling in
het display verschijnt:
soft 0
soft 1
soft 2
3. Om de instelling op te slaan en het patiëntenmenu te verlaten, drukt u op de
bevochtigingstoets tot de weergave verdwijnt en „0" weer in het display staat. Of
wacht tot het menu automatisch beëindigd wordt.
4.3 Maskertest
Als de maskertest geactiveerd is, wordt na het inschakelen van het apparaat 30 seconden
lang een hogere druk uitgegeven. U heeft daardoor de mogelijkheid, bij therapiebegin te
controleren of het masker goed zit en dit eventueel te corrigeren.
Maskertest activeren/deactiveren
Status: Apparaat is uitgeschakeld.
1. Roep het patiëntenmenu op en blader naar de instelling voor de maskertest.
2. Druk op de in-/uitschakeltoets (+) of de softstart-toets (-) , tot de gewenste instelling in
het display verschijnt:
T: 0
T: 8
T: 10
T: 12
T: 14
3. Om de instelling op te slaan en het patiëntenmenu te verlaten, drukt u op de
bevochtigingstoets tot de weergave verdwijnt en „0" weer in het display staat. Of
wacht tot het menu automatisch beëindigd wordt.
24
Bediening
uit
softPAP
De uitademvergemakkelijking is gedeactiveerd.
licht
softPAP
De therapiedruk wordt voor de expiratie licht gereduceerd.
normaal
softPAP
De therapiedruk wordt voor de expiratie iets meer gereduceerd.
Maskertest gedeactiveerd
Druk voor maskertest 8 hPa
Druk voor maskertest 10 hPa
Druk voor maskertest 12 hPa
Druk voor maskertest 14 hPa