FUNCTIE
(alleen bij afgenomen bedieningseenheid, alleen voor geschoold personeel)
EXTERN ON/OFF/SCHAKELAAR, NOODSIGNAAL ON/OFF,
BESCHADUWINGSDUUR, AUTO-BESCHADUWINGSDUUR, EXPERT MODUS,
REGEN/TEMP
(verwerking van externe signalen, verwerking van noodsignalen)
EXTERN SCHAKELAAR
REGEN/TEMP
1.
U heeft de functie LOOPTIJD bevestigd. EXTERN SCHAKELAAR ver-
schijnt. (Met EXTERN SCHAKELAAR/ON/OFF worden de externe stuur-
signalen aangeduid. Fabrieksinstelling is EXTERN SCHAKELAAR)
2.
Met de +/- toets kunt u de gewenste instelling van de besturingsingan-
gen selecteren.
3.
Bevestig uw keuze met OK.
Alleen indien u MOTORSTURING heeft gekozen, verschijnt
het dialoogvenster 'NOODSIGNAAL'.
4.
NOODSIGNAAL ON verschijnt. (NOODSIGNAAL ON is fabrieksinstelling)
5.
Met de +/- toets kunt u het NOODSIGNAAL op ON of OFF schakelen. Be-
vestig met OK.
6.
De functie NOODSIGNAAL ON/OFF is nu ingesteld.
7.
AUTO-BESCHADUWINGSDUUR verschijnt.
8.
Met de +/- toets kunt u kiezen tussen AUTO-BESCHADUWINGSDUUR en
BESCHADUWINGSDUUR.
9.
EXPERT MODUS OFF verschijnt.
10. Met de +/- toets kunt u de gewenste instelling selecteren.
11. Bevestig uw keuze met OK. REGEN/TEMP verschijnt.
12. Met de +/- toets kunt u kiezen tussen REGEN/TEMP en GROEP.
13. Bevestig uw keuze met OK.
14. Lees voor de verdere programmering in het menu FUNCTIE verder.
118 - nl
NOODSIGNAAL
AUTO BESCHADUWINGSDUUR
EXPERT MODUS