NEDERLANDS
2. Bedieningshandgreep
3. Montagegaten
4. Onderste beschermkap
5. Afkortvergrendelingsknop
6. Verstekgrendelknop
7. Zaagplaat
8. Verstekschaalverdeling
9. Indicator verstekschaalverdeling
10. Handvatten
11. Langsgeleiding
12. Vergrendelingsknop afschuinhoek
13. Rails
13a.Klittenband
14. Stofpoort
15. Accu
16. Werklampschakelaar
17. Hendel voor vergrendeling in de uit-stand
18. Railvergrendelschroef
19. Klem montagegat
20. Vergrendelpen
Montage (Afb. A)
Uw afkortzaag wordt deels gemonteerd geleverd.
Open de doos en til de zaag uit de doos met gebruik van
u
de handvatten (10) aan de zijkant van de zaag (Afb. A).
Plaats de zaag op een glad, vlak oppervlak, zoals een
u
werkbank of een stevige tafel.
Raadpleeg de montagetekening op pagina 2 van
u
deze handleiding om kennis te nemen van de zaag en
alle onderdelen.
In het hoofdstuk over aanpassingen zullen deze termen
worden genoemd en u moet weten welke onderdelen er
zijn en waar ze zijn.
De afkortvergrendelingsknop (5) is nog niet gemonteerd.
u
Verwijder de afkortvergrendelingsknop (5) uit de
verpakking en schroef deze op de zaag, zie afbeelding G
en J voor de juiste positionering.
Uw zaag heeft een ingebouwde stofpoort (14) waarop de
u
meegeleverde, maar nog niet gemonteerde, stofzak (35)
of een stofafzuigsysteem kan worden aangesloten (Afb. N).
Montage op een werkbank
Er zitten gaten (3) in alle vier de voeten, voor montage op
een werkbank. (Er zijn twee gaten van verschillende grootte
voor schroeven van verschillend formaat. Gebruik één van
de gaten, het is niet nodig beide te gebruiken.) Monteer uw
zaag altijd stevig zodat beweging wordt voorkomen. U kunt de
draagbaarheid van het gereedschap verbeteren door het te
monteren op een stuk multiplex van 1/2" (12,7 mm) of dikker
dat u vervolgens op uw werkondersteuning kunt klemmen of
naar andere werklocaties kunt meenemen en vastklemmen.
Opmerking: Als u besluit uw vraag op een stuk multiplex te
78
(Vertaling van de originele instructies)
monteren, is het belangrijk dat u ervoor zorgt dat de mon-
tageschroeven niet onder uit het hout steken. Het multiplex
moet vlak op het draagvlak zitten. Wanneer u de zaag op een
werkoppervlak klemt, zet de klemmen dan alleen vast waar
de gaten van de montageschroeven zich bevinden. Wanneer
u de klemmen op een ander punt vastzet, zal dat de juiste
werking van de zaag zeker belemmeren.
Let op! Voorkom vastlopen en onnauwkeurige resultaten, let
er vooral op dat het montageoppervlak niet krom of op een
andere manier ongelijk is. Als de zaag heen en weer beweegt
op het oppervlak, plaats dan een dun stuk materiaal onder
één voet van de zaag, tot de zaag stevig op het montage-
oppervlak rust.
Zaagplaat (Afb. J)
De zaagplaat (7) is door middel van 6 schroeven op de
zaagtafel gemonteerd. De hoogte van de zaagplaat (7) is
niet verstelbaar.
Opmerking: Als de zaagplaat (7) is versleten, beschadigd of
moet worden vervangen, laat reparaties dan uitvoeren door
een geautoriseerde reparatiemonteur of STANLEY FATMAX
personeel.
Vergrendelpen (Afb. F)
Waarschuwing! De vergrendelpen mag ALLEEN worden
gebruikt wanneer u de zaag draagt of opbergt. Gebruik de
vergrendelpen NOOIT bij uw zaagwerkzaamheden.
Opmerking: Gebruik de twee handvatten (10) aan beide
zijden van de zaag om de zaag tijdens transport te tillen,
dragen en te ondersteunen (Afb. A).
U kunt de zaagkop in de neerwaartse stand vergrendelen
door de zaagkop omlaag te duwen, de vergrendelpen (20) in
te duwen en de zaagkop los te laten. Zo wordt de zaagkop
veilig omlaag gehouden en kan de zaag veilig van de ene
plaats naar de andere worden vervoerd. U kunt de zaagkop
losmaken door de kop omlaag te duwen en de pen uit
te trekken.
Waarschuwing! Let goed op dat de zaag altijd uit staat en dat
de accu is verwijderd, voordat u aanpassingen maakt of de
werking van de zaag controleert.
Een accu opladen (Afb. B)
De accu moet vóór het eerste gebruik worden opgeladen
en ook zodra deze niet meer voldoende vermogen levert
voor taken die eerst gemakkelijk konden worden uitgevoerd.
Tijdens het opladen kan de accu warm worden. Dit is normaal
en duidt niet op een probleem.
Waarschuwing! Laad de batterij niet op bij een
omgevingstemperatuur van lager dan 10 °C of hoger dan 40
°C. De aanbevolen laadtemperatuur ligt op ongev. 24 °C.
Opmerking: De lader functioneert niet als de temperatuur
van de accu lager is dan ongeveer 10 °C of hoger dan 40
°C. Laat de accu in dat geval in de lader zitten. De lader