2. Sluit de luchtaanvoerbuis hermetisch af op de
vloer.
3. Monteer de aansluitkraag op de bodemplaat en
sluit de achterwand af met het afdekplaatje.
Het afdekplaatje is nr. 3 in de tekening.
Buitenluchtaansluiting via de
achterkant van het toestel
1. Maak een aansluitgat in de wand (raadpleeg
Bijlage 2, Afmetingen, voor de juiste positie van
het aansluitgat).
2. Sluit de luchtaansluitbuis hermetisch af op de
muur.
3. Monteer de aansluitkraag op de achterwand en
sluit de opening in de bodemplaat af met het
afdekplaatje.
Het afdekplaatje is nr. 4 in de tekening.
10
Plaatsen en aansluiten
1. Zet het toestel op de juiste plaats, vlak en
waterpas.
2. Sluit het toestel hermetisch aan op de
schoorsteen.
3. Bij buitenluchtaansluiting: sluit de aanvoer van
buitenlucht aan op de aansluitset die u op het
toestel hebt gemonteerd.
4. Plaats alle gedemonteerde onderdelen op de juiste
plaats terug in het toestel.
Laat het toestel nooit branden zonder de
vuurvaste binnenplaten.
Het toestel is nu klaar voor gebruik.
Gebruik
Eerste gebruik
Wanneer u het toestel voor het eerst gebruikt, stook
het dan enkele uren flink door. Hierdoor zal de
hittebestendige lak uitharden. Hierbij kan wel wat rook
en geurhinder ontstaan. Zet eventueel in de ruimte
waar het toestel staat de ramen en deuren even open.
Wijzigingen op grond van technische verbeteringen voorbehouden