messchakelaar (aftakas) in en kom iets overeind
uit de bestuurdersstoel. De motor moet afslaan.
4.
Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in
werking, schakel de messchakelaar (aftakas)
en zet de rijhendels in de vergrendelde
UIT
N
. Start de motor. Als de motor
EUTRAALSTAND
loopt, centreert u een van beide rijhendels en
beweegt u deze vooruit of achteruit. De motor
moet afslaan. Herhaal dit voor de andere
rijhendel.
5.
Neem plaats op de stoel, zet de parkeerrem
vrij, schakel de messchakelaar (aftakas)
en zet de rijhendels in de vergrendelde
UIT
N
. Probeer de motor te starten;
EUTRAALSTAND
de motor mag nu niet gaan draaien.
Bestuurdersstoel instellen
U kunt de stoel naar voren en naar achteren
verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn
dat u de machine het best kunt bedienen en dat u
comfortabel zit
(Figuur
8).
Figuur 8
Instellen van de MyRide™
vering
Alleen voor machines met MyRide
U kunt de MyRide™ vering naar uw voorkeur instellen
zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. U kunt de
achterste veren verstellen en zo de vering snel en
eenvoudig instellen. Stel de vering in zodat die voor u
het meest comfortabel is
De sleuven voor de achterste veren hebben
inklikpunten om de instelling aan te geven. U kunt de
achterste veren echter overal in de sleuven zetten,
niet alleen in de inklikpunten.
De onderstaande tekening toont de posities voor een
harde of zachte veringinstelling, en de bijbehorende
inklikpunten
Figuur 9
1. Hardste vering
2. Zachtse vering
Opmerking:
Verzeker dat de linker en rechter veren
achter altijd hetzelfde zijn ingesteld.
g027632
17
(Figuur 9
en
Figuur
10).
Figuur 9
3. Inklikpunten in de sleuven
g195744