Inbedrijfstelling
8.3 OXYMAT 7
8.3
OXYMAT 7
Onjuist referentiegas
Explosiegevaar bij gebruik in explosiegevaarlijke ruimtes.
Gebruik als referentiegas voor brandbare media in explosiegevaarlijke ruimtes uitsluitend
stikstof. Zorg er bovendien voor dat de druk van het referentiegas minimaal 2,2 bar
(3,2 bar abs.) bedraagt.
8.3.1
Referentiegas
Gebruik uitsluitend stikstof als referentiegas.
Zorg voor een referentiegasdruk van 2000 hPa +/- 150 hPa boven de meetgasdruk.
8.3.2
Nulpuntfout
Begeleidende gassen (dwarsgassen) zorgen voor een nulpuntafwijking, die bij
paramagnetische gassen positief en bij diamagnetische negatief is. De mate van deze
afwijking van telkens 100 vol.% begeleidend gas, uitgedrukt in vol.% O
volgende tabellen aflezen. De gegevens in de tabellen hebben betrekking op stikstof bij 60 °C
en 1 000 hPa absoluut conform IEC 1207/3.
Tabel 8-1
Begeleidend gas (concentratie 100 vol.%)
ethaan
etheen (ethyleen)
ethyn (acetyleen)
1,2-butadieen
1,3-butadieen
n-butaan
isobutaan
1-buteen
isobuteen
dichloordifluormethaan (R12)
azijnzuur
n-heptaan
n-hexaan
cyclohexaan
methaan
70
WAARSCHUWING
Nulpuntfout van organische gassen
Nulpuntafwijking in
vol.% O
C
H
2
6
C
H
2
4
C
H
2
2
C
H
4
6
C
H
4
6
C
H
4
10
C
H
4
10
C
H
4
8
C
H
4
8
CCl
F
2
2
CH
COOH
3
C
H
7
16
C
H
6
14
C
H
6
12
CH
4
Bedieningshandleiding, 05/2015, A5E35640457-02
absoluut, kunt u in de
2
absoluut
2
-0,49
-0,22
-0,29
-0,65
-0,49
-1,26
-1,30
-0,96
-1,06
-1,32
-0,64
-2,40
-2,02
-1,84
-0,18
Veldapparaat