4
Functiecontrolemetingen
Uitvoeren van een functiecontrolemeting
Voor het uitvoeren van een functiecontrolemeting zijn de meter met een al geplaatste activatiechip, een
teststrip en controleoplossing van level (niveau) 1, level 2 of beide nodig. Het niveau van de controle is op
het etiket van het flesje gedrukt.
1
Controleer de
Voer de teststrip in de
vervaldatum op de flacon
richting van de pijlen in
teststrips. Gebruik geen
de meter in.
teststrips waarvan de
Plaats de meter op een
vervaldatum is
vlakke ondergrond.
overschreden.
5
Breng geen
controleoplossing op
aan de bovenkant van
de teststrip.
knippert, als er
voldoende controle-
oplossing in de teststrip
is opgezogen.
Houd de druppel tegen
de uitsparing aan de
voorkant van het gele
testveld van de teststrip
tot u ziet knipperen.
28
53280_07236735001_02_NL.indb 28
2
3
of
Selecteer de te meten
controleoplossing. Het
niveau (level) wordt later
tijdens de meting
ingevoerd.
6
Veeg de punt van het
flesje goed af met een
tissue. Sluit het flesje
goed af met de dop.
4
Verwijder de dop van het
flesje controleoplossing.
Veeg de punt van het
flesje goed af met een
tissue.
Knijp zachtjes in het
flesje, zodat er een
druppeltje vloeistof op de
punt wordt gevormd.
2/9/15 5:06 PM