8. Verwijder de vacumeerslang 20 van
de aansluiting 9 nadat het vacumeren
voltooid is.
10.2 Vacumeerzak met
ventiel vacumeren
1. Doe de voorbereide levensmiddelen in
de vacumeerzak. Let erop dat er geen
levensmiddelen onder het ventiel zitten.
2. Sluit de vacumeerzak zorgvuldig.
3. Leg de vacumeerzak plat op een vlakke
ondergrond met het ventiel omhoog ge-
richt.
4. Ga verder te werk zoals bij vacumeer-
reservoirs vanaf stap 2. (zie "Vacu-
meerreservoir vacumeren" op
pagina 75) en gebruik adapter A 21.
AANWIJZING: in de onlineshop kunt u
geschikte vacumeerzakken met ventiel be-
stellen onder artikelnummer 306376 (zie
"Folies en accessoires bestellen" op
pagina 80).
76
NL
All manuals and user guides at all-guides.com
11. Aanvullende functies
gebruiken
11.1 Functie Wet activeren
GEVAAR voor een elektrische
schok door vocht!
Bij het vacumeren mogen zich geen
vloeistoffen in de zak bevinden.
Let erop dat er bij het afzuigen van de
lucht geen vloeistof wordt aangezogen.
Als dat toch gebeurt, moet u het proces
onmiddellijk onderbreken door op de
stoptoets
8 te drukken.
Wanneer er vochtige levensmiddelen in de
zak zitten (bijv. gemarineerd vlees/vis, kant-
en-klare producten voor bereiding, gesne-
den groenten/fruit), kan dit tot foutieve seal-
naden leiden. Door de functie Wet
activeren, wordt de duur van het sealen ver-
hoogd om een betere sealnaad te verkrij-
gen.
•
Druk vóór het vacumeren/sealen op de
toets
7, om de functie te activeren.
De led brandt.
•
Druk opnieuw op de toets
functie te deactiveren.
•
Wanneer u op de stoptoets
wordt de functie Wet
tiveerd.
•
Wanneer het vacumeren/sealen vol-
tooid of afgebroken is, dooft de led en
wordt de functie automatisch uitgescha-
keld.
•
Tijdens het vacumeren/sealen kan de
functie Wet
7 noch geactiveerd
noch gedeactiveerd worden.
AANWIJZING: deze functie is niet ge-
schikt voor het vacumeren van vloeistoffen
zoals soepen. Deze moeten voor het vacu-
meren ingevroren worden.
7 te
7 om de
8 drukt,
7 ook gedeac-