Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden)
A: Achterkant
B: Goede kant
C
A
B
E
C
A
D
B
E
A
D
B
E
A
D
B
E
A
D
B
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, Eén naald (twee draden)
A: Achterkant
B: Goede kant
C
A
D
B
C
A
D
B
10
C: Naalddraad
D: Draad van bovenste grijper
Naalddraad is te
los.
Naalddraad is te
strak.
Bovenste
grijperdraad is te
strak.
Onderste
grijperdraad is te
los.
Bovenste
grijperdraad is te
los.
Onderste
grijperdraad is te
strak.
Bovenste
grijperdraad is te
los.
Onderste
grijperdraad is te
los.
C: Naalddraad
D: Draad van onderste grijper
Naalddraad is te
strak.
Onderste
grijperdraad is te
los.
Naalddraad is te
los.
Onderste
grijperdraad is te
strak.
E: Draad van onderste grijper
Zet naalddraad
strakker.
(geel of groen)
Zet naalddraad
losser.
(geel of groen)
Zet bovenste
grijperdraad
losser (roze)
Zet onderste
grijperdraad
strakker (blauw)
Zet bovenste
grijperdraad
strakker (roze).
Zet onderste
grijperdraad
Ga bij het afstellen van de
losser (blauw).
draadspanning als volgt te werk:
(1) Naalddraad
(2) Bovenste grijperdraad
Zet bovenste
grijperdraad
(3) Onderste grijperdraad
strakker (roze)
Dit is de beste manier om de
juiste draadspanning te
Zet onderste
grijperdraad
verkrijgen.
strakker (blauw)
Zet naalddraad
losser.
A
(geel of groen)
Zet onderste
grijperdraad
strakker (blauw)
Zet naalddraad
strakker.
(geel of groen)
Zet onderste grijperdraad
losser (blauw).
C
D
B