f) Inbouw van de aandrijfmotor en de vluchtregelaar
Naargelang welke motor gebruikt wordt (als accessoire beschikbaar), bevestigt
u deze aan het motorspant (1) van het model.
Soldeer aan de vliegregelaar (1) en de aandrijfmotor (2) aangepaste connectoren
(3), om de motor als dat nodig is van de vliegregelaar los te kunnen koppelen.
Op de stroomtoevoerleiding van de vliegregelaar moet een aan de vliegaccu
aangepast stekkersysteem worden aangebracht. We adviseren daartoe 4 mm
gouden stekkers, geschikt voor grote stromen.
Na de montage van de motor wordt nog een geschikte propeller (5) aan de
motor bevestigd conform de bij horende montagehandleiding.
Test de werking van de motor en de regelaar met behulp van de afstands-
bediening. Let in dit verband ook op de aanwijzingen uit het deel „Testen van
de motorfunctie".
Indien de motor in de verkeerde richting draait, dan moeten twee
van de drie aansluitingen worden omgepoold.
Omwille van aërodynamische redenen is het nodig, dat de dragerplaat „scheef" staat en de motor iets naar rechts trekt. Dit is bewust zo gedaan en
geen productiefout!
Tip uit de praktijk:
Borg de drie motoraansluitkabels met een kabelbinder, zodat deze niet door de draaiende motorbehuizing kunnen worden doorgeschuurd.
g) Montage van het landingsgestel
Ruw de dragerplaat (1) van het inbouwklare landingsgestel (afb. 1b, pos. 8)
ietwat op en lijm het landingsgestel met 5-minuten epoxyhars in de daartoe
voorziene opening aan de onderzijde van de romp (afb. 8a).
Na het uitharden van de lijm kunt u nog de beide bekledingen van het
landingsgestel (afb. 1b, pos. 2) aan het landingsgestel bevestigen, met behulp
bijv. van kabelbinders (afb. 8b).
56
All manuals and user guides at all-guides.com
Afb. 7
Afb. 8a
Afb. 8b