3. Pin 1 (afb. 2) met een inbussleutel op het handwiel van
schaaf 2 schroeven.
Attentie!
Vóór het aansluiten van de netsteker alstublieft con-
troleren, of de gegevens op het typeplaatje met de
plaatselijke gegevens van uw stroomnet overeens-
temmen.
4. Netkabel insteken.
Schaven
Attentie!
Nooit met de hand gedurende het bedrijf van de schaaf
in de inschuifschacht grijpen! Gevaar van verwondingen!
Opgelet!
Draag een beschermbril.
Attentie!
De onderhoudsklep moet gedurende het bedrijf steeds
gesloten zijn.
Nu is de schaaf bedrijfsklaar. Aan het handwiel 1 (afb. 3)
kan nu de hoogte van de schaaftafel 2 en zodoende de
doorlaathoogte en de bezorging (dus de „schaafdiepte")
worden ingesteld. De positie van de schaaftafel moet
natuurlijk eerst grof op de dikte van het werkstuk worden
ingesteld. Dit kan men met het liniaal 3 aan de kant van
de inlaat schatten. De hierop geprinte waarde geeft de
afstand van de schaafmespunten en de oppervlakte van
de schaaftafel weer. Als dus deze waarde zo groot is als
de dikte van het werkstuk, is de bezorging (dus om zo te
zeggen de „spaandikte") net „nul".
Attentie!
Het wordt geadviseerd, de doorlaat grof iets „royaal" in te
stellen en het werkstuk enkele keren te laten doorlopen
resp. door te schuiven en iedere keer door draaien van
het handwiel naar links iets in te stellen, om langzamer-
hand de juiste hoogte te vinden. Als de bovenste werk-
stukkant bij het doorlopen heel licht door het schaafmes
wordt geraakt, is de instelling nul.
Nu kan de schaalring 4 aan het handwiel op nul worden
gezet. Ter oriëntatie bevindt zich een markering 5 op de
behuizing.
De gewenste instelling kan nu met het handwiel worden
ingesteld. Een omdraaiing stemt overeen met een milli-
meter hefhoogte van de schaaftafel, d.w.z. bij een
gewenste spaanafname van 0,5 millimeter moet het
handwiel een halve omdraaiing naar links worden ge-
draaid. De exacte waarde kan aan de schaalring worden
afgelezen.
Attentie!
Uw schaaf is weliswaar een stevige en robuust gecon-
strueerde machine, maar toch in eerste instantie voor
fijne en precieze werkzaamheden geconstrueerd. Over-
belast u de schaaft niet met het bewerken van hardere
houtsoorten met grote instelling en desbetreffende
breedte van het werkstuk over een langere periode.
Hou alstublieft rekening met het volgende:
Als u het werkstuk enkele keren laat doorlopen en
schaven en u de gewenste dikte benaderd, is het aan te
raden de laatste doorlopen voor een betere op-
pervlaktekwaliteit met een iets lagere instelling uit te
voeren.
Indien werkstukken wel ingetrokken, maar na enkele
weinige centimeters tot stilstand komen, is de instelling
te groot gekozen. Draai in dit geval het handwiel naar
rechts, om de schaaftafel naar beneden te rijden en
zodoende de instelling te verkleinen. Dan wordt het werk-
stuk weer normaal ingetrokken. Dan verder tot de
gewenste dikte doorschaven.
Attentie!
Erop letten dat geen werkstukken worden ingelegd die
hoger dan 40 mm zijn.
In dit geval wordt het werkstuk van de intrekwals in de
schaaf niet meer doorgeschoven en kan in de kick-back-
voorziening (terugslagvoorziening), die normaliter een
terugslingeren van het werkstuk voorkomt, blijven steken.
Opmerking:
Al naargelang het geproduceerde stof is het aanbeve-
lenswaardig, het spanuitwerpkanaal (positie 11, figuur 1)
met een stofzuiger schoon te maken. Opgelet: daarvoor
schakelt u de schaaf altijd uit!
Reparatie en onderhoud
Vervangen resp. keren van de schaafmessen
De mesas van uw schaaf is voor hoogste oppervlakte-
kwaliteit met 2 keermessen uitgerust. Ieder van de
toegepaste schaafmessen 6 (afb. 4) heeft twee
lemmeten (keermessen). Is het eerste versleten of be-
schadigd, kunt u gewoon de messen verwijderen, keren
en de andere kant gebruiken. Is ook dit niet meer scherp
genoeg, moeten nieuwe messen worden ingezet. Denk
eraan, de messen alleen paarsgewijs te keren, resp. te
vervangen!
Reservemessen verkrijgt u in de vakhandel.
Maak uitsluitend gebruik van reservemessen, die voor de
machine voorzien werden!
- 37 -