een van de kabeladers een lange dunne doorvoerkabel wordt
gesoldeerd. Bevestig vervolgens de schakelaarunit op het stuur.
Haal de schroeven aan met een aanhaalmoment van max. 5 Nm
om de schakelaarunit niet te beschadigen.
4.3 | Elektrische aansluiting
De schakelaarunit wordt volgens het bovenstaande schakelschema
en het schakelschema van de betreffende besturingsmodule
aangesloten op de elektronische drukknopbesturing.
Daarbij moeten de aanwijzingen in de montagehandleiding
bij de elektronische drukknopbesturing zorgvuldig in acht
worden genomen. De plus- en min-aansluitingen voor de
betreffende aangestuurde functie moeten voldoen aan deze
montagehandleiding.
Nadat de kabels zijn aangesloten, moet de losgekoppelde accu
weer worden aangesloten. Nu kunnen de aangestuurde elektrische
functies van het voertuig worden gecontroleerd.
Knop A:
Knop B:
Knop C:
wit
zwart
geel
rood
groen
41