6 Montage
6.1 Platen
Er staan waarschuwings- en aandachtsplaten op de unit, zoals opgelijst in de relevante tabel.
6.2 Afmetingen
Zie tabel 1
6.3 Locatie
6.4 Vrije ruimte
Laat bij de plaatsing van de unit voldoende ruimte vrij om de unit in veilige omstandigheden
te kunnen openen, correct te kunnen gebruiken en gemakkelijk te kunnen onderhouden.
6.5 Montage
Alle LBC, behalve LBCMD151-201
LBCMD151-201
Voer de volgende handelingen uit voor een optimale werking van de unit:
A) Plaats de unit in een goed geventileerde ruimte, ver van warmtebronnen.
B) Beperk het aantal keren dat de deur wordt geopend.
C) Zorg dat de unit voldoende luchttoevoer en -afvoer heeft.
D) Plaats een afvoerleiding op de afvoeraansluiting voor het ontdooide water in het
onderste gedeelte van de condensatie-unit.
A) Plaats de condensatie-unit op de grond.
B)
Boor de gaten in het plafond en neem daarbij de nodige afstand van de muur in
acht.
C)
D)
E)
F)
G)
H)
I)
J)
K)
L)
M)
N)
O)
P)
Q)
R)
S)
T)
U)
V)
W)
X)
Y)
Z)
AA)
BB)
CC)
DD)
C) Koelaansluiting: Gebruik voor deze aansluiting de meegeleverde leidingen bij de units
of de aanbevolen exemplaren uit de betreffende tabel. Voor de installatie wordt de
leiding gewoonlijk eerst op de juiste positie geplaatst en vervolgens worden de
bijbehorende aansluitstukken bevestigd. Zie tabel 2
57