28. Instellingen
28.1
Kamertemp.
Druk op "OK" en stel de waarde in met +/-. Druk opnieuw op "OK" om
de waarde op te slaan. De kamertemperatuur kan ook worden ingesteld
op het relevante menu in het systeem van de warmtepomp. De meest
recente instelling is de instelling die wordt gebruikt. De waarde wordt op
de beide eenheden weergegeven.
28.2
Automatische, normale en
verlaagde temperatuur
Gewoonlijk moet de binnenvoeler op de modus "Auto" staan, omdat
hiermee de nachtverlagingsfunctie van de warmtepomp wordt
gecontroleerd. Als u de nacht- of dagtemperatuur tijdelijk wilt negeren,
kunt u dit doen vanaf de binnenvoeler.
Druk in de "Auto"-modus eenmaal op + om naar de dagmodus te gaan.
Een zonnetje geeft aan dat de nachtverlagingsfunctie niet is geactiveerd.
Druk eenmaal op + om naar de nachtmodus te gaan. Een maantje geeft
aan dat de nachtverlagingsfunctie is geactiveerd. Druk eenmaal op + om
naar de "Auto" modus te gaan.
De instelling duurt 24 uur. Hierna keert de binnenvoeler terug naar de
"Auto" modus en wordt de nachtverlagingsfunctie van de warmtepomp
geactiveerd.
Let op! Het symbool "Auto" wordt altijd samen met het zonnetje of het
maantje weergegeven. Dit geeft aan of de pomp op dat moment op
de nacht- of de dagtemperatuur werkt. Verwar dit niet met de tijdelijke
nacht- of dagtemperatuur die hierboven staat beschreven.
28.3
Instellingen van de binnenvoeler
Druk op "OK" totdat "C1" in de rechter bovenhoek van het scherm
verschijnt (na ongeveer 10 seconden). Druk op "OK" om naar
het volgende menu te gaan (de instellingen worden automatisch
opgeslagen). Druk op +/- om de instelling te veranderen.
Menu's
Functie
C1
Geeft de softwareversie van de binnenvoeler weer
C2
Update-interval
Opties: 2, 5, 10, 15 of 20 minuten
Fabrieksinstelling: 20 minuten
C3
Maximaal temperatuurverschil tussen updates
Als de temperatuur gedurende 30 seconden hoger is dan de instelling, wordt het systeem bijgewerkt.
Opties: 0,1°C, 0,2°C of 0,3°C
Fabrieksinstelling: 0,3°C.
C4
De binnenvoeler kalibreren
De voeler kan worden gekalibreerd nadat deze gedurende 24 uur met dezelfde instelling heeft
gewerkt. Plaats een thermometer op 1,5 m boven de vloer. Controleer de temperatuur na 1 uur.
Pas de waarde op het scherm aan met +/-.
C5
Aansluiting
Stel het scherm van de warmtepomp in op de aansluitmodus voor de huidige voeler.
Er verschijnt "ini" op het scherm van de binnenvoeler. Zie ook het gedeelte "Eerste start", punt 5.
Zodra de voeler op de warmtepomp is aangesloten, verschijnt het nummer in de rechter bovenhoek
van het scherm.
C6
Signaalsterkte
De voeler geeft de signaalsterkte weer. Gebruik deze modus om de beste plaats voor de sensor te
vinden. De signaalsterkte wordt weergegeven als -056 dBm. Een goede waarde is hoger dan -60,
bijvoorbeeld -56.
Nederlands
CTC Wireless room sensor
CTC Wireless room sensor
NL
63
63