Elk paar (controle-eenheid en sleutel) is in de fabriek gecodeerd met alle 6561 mogelijke combinaties. (Zie sti-
cker!) Als u meer sleutels nodig heeft, moeten deze opnieuw worden gecodeerd. Het volgende voorbeeld toont
de invoer van een code in de controle-eenheid en de sleutel:
Adres
Let op
Een extra IR-controlesleutel is beschikbaar, als de codering „22222222" luidt.
Let er altijd op dat beide eenheden uiteindelijk dezelfde codering hebben!
Aansluitklemmen
- N.C. SENSOR
- RELAY O/P
- 12V DC
Jumperfuncties
Er zijn drie jumpers, A, B en C. De respectievelijke functie wordt als volgt beschreven:
Jumper A:
Jumper op 1 = Delay
Jumper op 2 = Instant
Aanwijzing:
De fabrieksinstelling is vastgelegd op positie 1. Bij het betreden van het registratiebereik van de PIR-melder
wordt het alarm altijd pas na de inloopvertraging geactiveerd.
48
1
2
1
o
o
2
o
o
3
o
o
4
o
o
5
o
o
6
o
o
7
o
o
8
o
o
Contakt 1 en 2 = NORMALLY CLOSED (= normaal gesloten). Hier worden de mag-
neetcontacten aangesloten.
Let op:
Als er geen magneetcontacten worden aangesloten, moeten de klemmen 1 en 2
worden overbrugd!
Contact 3 en 4. Hier gaat het om het relais-contact (open) met een contactbelast-
baarheid van max. 1 A. Op dit contact wordt bijv. de meegeleverde piëzo-sirene
aangesloten. U kunt kiezen of u deze aansluiting als N.C.- of N.O.-contact via jum-
per „C" selecteert.
Contact 5 en 6. Hierop wordt de meegeleverde netadapter aangesloten. Let wel op
de juiste poolrichting („+" und "-„)!
(Alleen voor de functie met magneetcontacten)
Het alarm klinkt na afloop van de beginvertraging.
Het alarm klinkt meteen bij activering door magneetcontact.
3
o
(1) ——- 2 verbindingen met 1 = 1
o
(3) ——- 2 verbindingen met 3 = 3
o
(2) ——- 2 (geen verb.)
o
(2)
o
(2)
o
(3)
o
(2)
o
(1)
De codering in ons voorbeeld luidt: „13222321".
= 2