nl Apparaat bedienen
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt:
Toets % indrukken.
1.
Het apparaat koelt niet meer.
De stekker uit het stopcontact
2.
trekken of de zekering uitschakelen.
Apparaat schoonmaken.
3.
Apparat open laten.
4.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak:
Keldervak:
Koelvak
Toets </> meermaals indrukken tot
■
de gewenste temperatuur verschijnt
op de display.
Vriesvak
De temperatuur in de koelruimte
beïnvloedt de temperatuur in het
vriesvak. Verander de temperatuur in de
koelruimte om de temperatuur in het
vriesvak te veranderen. Hoger
ingestelde koelruimtetemperaturen
zorgen voor hogere
vriesvaktemperaturen.
Keldervak
Toets </> net zo vaak indrukken tot
■
de gewenste temperatuur wordt
weergegeven.
94
Sticker OK
(niet bij alle modellen)
Met de sticker OK kunt u controleren of
de temperatuur in het koelvak +4 °C
of kouder wordt.
Als de sticker niet OK aangeeft, moet
de temperatuur stapsgewijs worden
verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat
kan het 12 uur duren voordat de
ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
+4 °C
+10 °C
Super-functie
Superkoelen keldervak
Bij het superkoelen wordt het keldervak
zo koud mogelijk gekoeld.
Het superkoelen inschakelen bijv.:
vóór het inladen van grote
■
hoeveelheden levensmiddelen
voor het snelkoelen van dranken
■
Aanwijzing:
ingeschakeld is,
mogen er geen koudegevoelige
■
soorten fruit en groente in de
koelruimte worden bewaard,
kan het apparaat meer geluid
■
produceren.
Na 15 uur schakelt het apparaat over
op het normale werking.
Superkoelen in-/uitschakelen:
Toets super indrukken.
■
De toets brandt als het
superkoelsysteem is ingeschakeld.
Wanneer het superkoelen