GEBRUIKSINSTRUCTIES
Filteren
Deze functie wordt gebruikt om
zwembadwater te filteren; de regelklep
moet 99% van de tijd op deze functie
staan. Er wordt water door de zandfilter
gepompt. In de zandfilter wordt het water
schoongemaakt, waarna het weer terug
naar het zwembad gaat.
Circuleren
Deze functie laat het zwembadwater
circuleren zonder het door de zandfilter
te laten komen; gebruik deze functie als
de filter kapot is om vuil te verzamelen
in de vuilopvangschermen.
Afvoeren
Deze functie voert water af uit het
zwembad; ook bij deze functie gaat het
water niet door de filter: het water wordt
door Ingang D afgevoerd in plaats van
terug te gaan naar het zwembad.
Gesloten
Deze functie zorgt ervoor dat er geen
water meer stroomt tussen de zandfilter
en het zwembad.
21
C
A
C
B
C
A
D
C
B
C
A
D
C
B
C
A
C
B