ONDERHOUD.
! Stroomvoorziening uitschakelen alvorens de afzuigkap
te reinigen of onderhouden.
! De niet-inachtneming van de normen die voor het
reinigen van het apparaat en het vervangen van de
filters gelden kan brandgevaar tot gevolg hebben.
Neem de aanbevolen aanwijzingen in acht.
Reiniging van de afzuigkap
WANNEER: regelmatig zowel van binnen als van
buiten.
REINIGING VAN DE BUITENKANT: maak gelakte
oppervlakken schoon m.b.v. een zachte doek, bevochtigd
met lauw water en neutraal reinigingsmiddel; Gebruik
specifieke reinigingsmiddelen bestemd voor RVS, koper of
messing.
REINIGING VAN DE BINNENKANT: met een doek
bevochtigd met een neutraal reinigingsmiddel.
WAT MOET U NIET DOEN: geen alcohol, schurende
of bijtende middelen gebruiken (zoals bijvoorbeeld
metalen sponzen, harde borstels,erg agressieve
reinigingsmiddelen, enz.).
Reiniging van de vetfilters
AFNEMEN VAN DE FILTERS: duw het handvat omlaag
en trek het filter uit de kap.
WANNEER REINIGEN: minstens eenmaal per maand
of als het "filter alarmsysteem" aangeeft dat dit nodig is.
REINIGING VAN DE FILTERS: Was de filters met de
hand of in de vaatwasser met een neutraal
reinigingsmiddel. De vaatwasser kan de kleur van de filters
iets doen vervagen; dit heeft echter geen invloed op de
goede werking van de filters.
Vervanging van de koolstoffilter (P)
(Alleen voor recirculatie)
WANNEER: minstens iedere 4 maanden of als het filter
verstopt is geraakt.
VERWIJDERING VAN HET FILTER: indien een
apparaat in de filterversie wordt gebruikt, moet het
koolstoffilter vervangen worden.
Vervang het filter en breng de bevestigingssystemen (M)
weer aan.
M
De led lampen vervangen
Vervang de led lampen met gelijksoortige lampen of
wend u tot de Technische Assistentie.
STORINGEN
Bij een storing van de afzuigkap, voer de volgende
controles uit alvorens de Technische Dienst te
raadplegen:
• Als de afzuigkap niet functioneert:
Controleer of: Controleer dat:
- er geen stroomonderbreking is.
- er een snelheid is geselecteerd.
• Bij een laag rendement van de afzuigkap:
Controleer of: Controleer dat:
- de ingestelde snelheid volstaat voor de afgegeven
hoeveelheid rook en dampen.
- de keuken is voldoende geventileerd voor een correcte
luchttoevoer.
- de koolstoffilter niet verstopt is (i.g.v. recirculatie).
• het uitvallen van de afzuigkap tijdens de normale
werking heeft plaatsgevonden.
Controleer of: Controleer dat:
- er geen stroomonderbreking is.
- de omnipolaire schakelaar niet is opgetreden.
P
25
= Niet meegeleverde onderdelen
NL