POMPDRUK EN LUCHTDEBIET
Om een regelmatige start te verzekeren op alle types van ketels, is de brander voorzien van een
hydraulisch systeem dat onafhankelijk van de controledoos het debiet van de brandstof en de luchttoe-
voer vermindert. Bij de ontsteking is de druk aan de sproeier 9 bar. Na 4 à 5 seconden verhoogt die
automatisch tot 12 bar.
Wanneer de druk verandert gaat het luchtdebiet, dat eerst geregeld werd voor de kleine vlam, automa-
tisch over naar het volume dat nodig is voor de grote vlam.
S7334
S7336
REGELING VAN DE KLEINE VLAM
Regeling van de luchtklep
Schroef (1) ongeveer een toer losdraaien; zo behoudt men een kleine vlam.
Moer (2) losdraaien en aan schroef (3) draaien tot de luchtklep (4) in de gewenste stand komt te staan.
Dan moer (2) vastzetten en de schroef (1) terug aandraaien.
Regeling van het reductietoestel
Het reductietoestel is in de fabriek afgesteld op 9 bar.
De manometer, die dient om de druk te controleren, moet op de stop (6) worden gemonteerd.
Als de druk moet worden veranderd, volstaat het aan schroef (5) te draaien ( na schroef (1) losgedraaid
te hebben).
REGELING VAN DE GROTE VLAM
Regeling van de luchtklep
Moer (7) losdraaien en aan schroef (8) draaien tot de luchtklep (4) in de gewenste stand komt te staan.
Dan moer (7) vastzetten.
Regeling van de pomp
De pomp is in de fabriek afgesteld op 12 bar.
Als men de druk wil veranderen volstaat het aan schroef (9) te draaien.
2354
6
NL