Sporing van de voorwielen instellen:
Het voor-/naspoor aan de voorse as laat zich
door verdraaien van de afstelschroef (A)
instellen.
Aangezien de afstelschroef zowel een linkse
als rechtse schroefdraad heeft, hoeft deze voor
het verstellen niet te worden gedemonteerd.
Draai altijd beide afstelschroeven gelijkmatig vast (linker en rechter voorwiel), aangezien anders hetzij de
trimming op de zender moet worden versteld of zelfs de aansturing door het stuurservo moet woden
veranderd (vb. servostangen verplaatsen).
Sporing van de achterwielen instellen:
De sporing van de achterste wielen wordt door
het zgn. toespoorblok vast voorgegeven.
Daarbij gaat het om een kunststoffen
onderdeeel dat achteraan op het differentieel
s vastgeschroefd (zie pijl in afbeelding 7).
In de buitenste gaten van het toespoorblok-
worden de beide metalen assen vastgemaakt
die de onderste dwarsarmen vasthouden.
Door het gebruik van een toespoorblok waarbij
de afstand tussen de beide gaten anders is,
kan de sporing worden afgesteld.
Mogelijks is bij het voertuig een kunststoffen onderdeel met bijkomende
toespoorblokken inbegrepen (zie afbeelding 8).
De spoorinstelling aan de achterste as heeft maar weinig
uitwerking op het rijgedrag, een wissen van het toespoorblok
is daarom enkel voor professionele rijders van belang.
All manuals and user guides at all-guides.com
A
Afb. 6
Afb. 7
Afb. 8
105