5.
6.
1. Plaats de benodigde accessoire (25 met 24, 23 of
26) op de motoras (21) aan de onderkant van de
zwenkarm (13).
2. A. De deeghaak (26) wordt gebruikt voor zwaar
deeg, gehakt of ander zwaar kneedwerk.
B. De bisschop (25) wordt gebruikt voor lichtere
soorten deeg.
C. De garde (24) wordt gebruikt voor het stijfslaan
van room, eiwit, etc.
3. Draai het hulpstuk zodat de pennen op de spindel
in lijn liggen met de inkepingen bovenop het
hulpstuk. Druk het hulpstuk tegen de zwenkarm en
draai deze tegelijk linksom tot het hulpstuk stevig
op zijn plaats vergrendelt. Het hulpstuk mag niet
los zitten en u mag het niet zomaar weg kunnen
trekken.
1. Laat de zwenkarm zakken zodat deze in positie
vergrendelt. Het deksel (23) dient stevig op de
mengkom (27) te passen, anders zit het niet goed
op zijn plaats. Het apparaat is nu gereed voor
gebruik.
2. Steek de stekker in het stopcontact en zet de
machine AAN. Zet de snelheidsregelaar op stand 1
(of een andere stand), het controlelampje op het
bedieningspaneel gaat nu branden.
3. Kies de gewenste snelheid. Stand 1 is de
langzaamste en stand 6 is de hoogste snelheid.
De aanbevolen stand, tijd en capaciteit zijn getoond
in bovenstaande tabel.
4. Als u de binnenkant van de kom schoon wilt
schrapen, wacht u tot het hulpstuk volledig tot
stilstand gekomen is. Gebruik de spatel, nooit uw
vingers.