In- en uitschakelen
(mixen)
GEVAAR
Nooit in de nog draaiende
inzetstukken grijpen. Houd
ook ander keukengerei zoals
lepels weg van de inzetstuk-
ken.
OPGELET
Het apparaat is ontworpen
voor een korte werkingsduur
van maximaal 6 minuten.
Daarna moet het apparaat ca.
10 minuten afkoelen voordat
u het opnieuw kunt gebrui-
ken.
1.
Wikkel het netsnoer voor elk
gebruik volledig af. Steek de stek-
ker in het stopcontact.
2.
Aan-/uitschakelaar en draaibare
snelheidsregelaar (MIN ... MAX).
De kloppers of de kneedhaken
beginnen te draaien.
– Om ervoor te zorgen dat het
deeg optimaal gemixt
wordt, moet dit in het
midden van de kom liggen.
Schakel eerst de mixer uit en
gebruik bijv. een kunststof-
schraper of houten lepel om
het deeg naar het midden te
brengen. In deze positie
hebben de kneedhaken
goed vat op het deeg en
kunnen ze het goed bewer-
ken.
– Houd u aan de gegevens van
uw recept met betrekking
tot de mixduur en mixsnel-
heid.
10
Snelheid
Toepassingsbereik
MIN
Uit
(aanslag)
laag
Beginsnelheid, men-
gen van vloeistoffen,
toevoegen van droge
ingrediënten of vloei-
stoffen zoals eiwit en
room, kloppen of roe-
ren van dressings, sau-
sen, pudding, kneden
van zwaar deeg
midden
Kneden van licht deeg
en mengsels, tot
schuim kloppen van
boter, desserts, brood-
en roerdeeg, glazuur
enz.
MAX
Kloppen van lichte
(aanslag)
mengsels, room, eie-
ren (eiwit, eigeel, hele
eieren), aardappelpu-
ree enz.
3.
Zet de aan-/uitschakelaar en snel-
heidsregelaar (4) tot de aanslag
op MIN, om de mixer uit te scha-
kelen.
Turbofunctie gebruiken
OPGELET
Gebruik de turbofunctie altijd
gedurende een korte tijd (ca.
30 seconden) om een overbe-
lasting van de motor te voor-
komen.
De turbofunctie kan voor elke snelheid
worden gebruikt. Zodra u op de toets
TURBO (1) drukt, verhoogt de inge-
stelde snelheid.