Reinigen, opbergen en onderhoud
LET OP!
■
Neem vóór het begin van de reiniging de veiligheidsaanwijzingen in het hoofd-
stuk "Veiligheidsaanwijzingen" in acht!
■
Reinig het apparaat direct na gebruik. Geen vuildeeltjes laten opdrogen.
■
Gebruik voor het reinigen geen bijtende of schurende reinigingsmiddelen of -pads.
Deze kunnen het oppervlak aantasten.
Reinigen en opbergen
1. De borstel en de beschermkap (2) van het apparaat demonteren (zie hoofdstuk
"Montage").
2. De borstel en de beschermkap voorzichtig uitkloppen en met een zachte
reinigingsborstel grof vuil verwijderen. Daarna reinigen met warm water en een
beetje mild afwasmiddel.
3. De hoofdeenheid (1) en het geleidingswieltje (9) afvegen met een bevochtigde doek.
Gebruik indien nodig een beetje mild afwasmiddel om sterkere verontreinigingen te
verwijderen. Vooral de ventilatieopeningen grondig reinigen.
BELANGRIJK: bij de reiniging erop letten dat er geen vloeistoffen in de hoof-
deenheid terechtkomen!
4. Wanneer alle onderdelen volledig zijn gedroogd, zet u het apparaat weer in elkaar.
5. Bewaar het apparaat op een droge, schone en vorstvrije plaats die tegen direct
zonlicht en de toegang door kinderen of dieren is beschermd.
Onderhoud
•
Het apparaat, met name het netsnoer alsook alle toebehoren regelmatig controleren
op beschadigingen. Het apparaat niet gebruiken, wanneer het apparaat, het
netsnoer, de netstekker of de toebehoren schade vertonen. Beschadigde onderdelen
moeten door de fabrikant, klantenservice of een gespecialiseerde werkplaats worden
vervangen, om gevaren te voorkomen.
•
Gebruik geen versleten borstels. Versleten borstels moeten worden vervangen.
67
NL