Alarmrelais
Als alarmuitgangen zijn een potentiaalvrij alarmrelais (bevei-
ligd met een interne zekering F2) en een potentiaalvrij wissel-
contact beschikbaar. Sluit externe 230V~ waarschuwings- of
knipperlichten aan (toebehoren)
Potentiaalgeladen alarmrelais (230 V AC, gezekerd met 2A
traag), klemmen N/X2 (normaal open contact) of N/X3 (normaal
gesloten contact). Het relais schakelt zichzelf in bij een fout
(werkstroomprincipe).
Als er een waarschuwingslampje (met gloeilamp) brandt, stelt
u in het systeemmenu het parameteronderdeel "Alarm knippe-
ren?" op "ja" in.
Voor een knipperlichtje (met gasontladingslamp) stelt u in het
systeemmenu het parameteronderdeel "Alarm knipperen?" op
"nee" in.
Sluit de foutmelding op afstand aan
• Potentiaalvrij collectieve-storingrelais
Het wisselcontact (40-41-42) kan met max. 5A/250V AC
worden belast. Het relais schakelt zichzelf uit in geval van
storing en stroomuitval (principe van gesloten circuit).
• Potentiaalvrij hoogwaterrelais
Het wisselcontact (50-51-52) kan met max. 5A/250V AC
worden belast. Het relais schakelt zichzelf in geval van een
storing in (werkstroomprincipe).
Oplaadbare batterij voor stroomuitvalindicator
De besturingseenheid kan optioneel worden uitgerust met een
9V NiMh oplaadbare batterij. De "BRX"-jumper moet worden in-
gesteld als de zoemer moet klinken.
VOORZICHTIG!
Alleen een 9V-NiMh-accu van de fabrikant gebruiken! Bij ge-
bruik van droge accu' s of Lithium-accu' s bestaat de kans op
ontploffing!
OPMERKING! Controleer regelmatig de werking van de accu!
De levensduur bedraagt ongeveer 5-10 jaar. Datum van inge-
bruikname op de accu noteren - na 5 jaar de accu uit voorzorg
vervangen.
Proefdraaien en functiecontrole
1. Het reinigingsluik op de tank openen.
2. Installatie onder spanning zetten.
3. Schuif in de inlaat- en drukleiding openen.
4. Tank tot het inschakelniveau vullen.
5. De pomp schakelt zichzelf nu in en de tank wordt geleegd.
Het pompproces via de reinigingsopening volgen.
6. De vlotter van de niveauschakeling met de hand langzaam
boven het inschakelpunt tillen totdat het alarm afgaat.
7. Reinigingsopening weer met luik en afdichting afsluiten.
8. Aan de hand van verschillende schakelcycli de afdichtingen
van de tank, de uitrusting en de leidingen controleren.
NEDERLANDS
WERKING
Het besturingssysteem beschikt over een grafisch LCD-dis-
play voor de weergave. De gegevens worden met korte tussen-
pozen geëvalueerd en geactualiseerd, wat soms op flikkeren
kan lijken. Wanneer een toets wordt ingedrukt, wordt de ach-
tergrondverlichting voor een beperkte tijd geactiveerd. Het
contrast kan worden gewijzigd in de menukeuze Instellingen.
De bediening gebeurt via een draaiknop en drie membraan-
toetsen: Een bevestigingstoets en een Handmatig-0-Automa-
tisch-knop voor de pomp(en).
De twee ledjes geven de bedrijfstoestanden van de pompen aan:
• Groen permanent licht = klaar voor gebruik
• Groen knipperen = Pomp loopt
• Rood permanent licht = Storing
• Rood knipperen = Storing, pomp loopt
• Oranje = onderhoud nodig
Bedrijfsmodi
Naast de automatische bedrijfsmodus kan de afzonderlijke
pomp met de bedieningstoets handmatig worden in- of uitge-
schakeld.
De bedrijfstoestand van de besturing wordt op het display
weergegeven, de actuele bedrijfsmodus wordt met omgekeer-
de kleuren weergegeven.
HAND/AAN
De pomp draait in handmatige modus totdat een andere be-
drijfsmodus is geselecteerd.
UIT
De pomp wordt uitgeschakeld totdat een andere bedrijfsmo-
dus wordt gekozen en wordt zelfs bij hoog water niet ingescha-
keld.
AUTO
De pompen worden afhankelijk van het waterpeil door het be-
sturingssysteem in- of uitgeschakeld. Als er echter een droog-
loopbeveiliging is toegepast, heeft deze een hogere prioriteit
dan de automatische schakeling.
LET OP! Als de besturing met een wachtwoord is beveiligd,
moet het wachtwoord eerst onder "Instellingen" worden inge-
voerd om de bedrijfsmodus te wijzigen.
Display
Ledje Pomp 1 en Pomp 2
Bevestigingstoets en menu
terug
OK-knop
Selectie = draaien,
Bevestigen = drukken
Handmatig-0-Automatisch
Pomp 1 en Pomp 2
41